Home

EENS ZAL DE BETUWE IN BLOEI WEER STAAN           DOOR RICHTE LOMMERT

BetuweHet is een mooie ochtend in April 2021. Vrouwdin en ik staan in de schuifpui en kijken naar de zon overgoten tuin. Zij zegt plotseling “de magnolia bloeit en ook de pruimenboom staat in bloei”. Na deze woorden gebeurt er iets bijzonders in mijn brein, voer voor psychologen. Bij het horen van het woord “bloei” ga ik iets doen wat ik helemaal niet kan: ik begin te zingen! Zo vals als een kraai zing ik: “Eens zal De Betuwe in bloei weer staan” waarop vrouwdin helder en zuiver meezingt: “Veel mooier en veel voller dan voorheen”. Dan murmelen we samen wat omdat we de tekst niet meer kennen, om dan samen de slotzin uit volle borst te galmen: “We zullen herbouwen steen voor steen”.

Even voor de jongere generatie: dit lied was de absolute tophit in de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Het simpele refreintje deed bij mij een golf van herinneringen bovenkomen. In 1945 en 1946 organiseerden actieve buurtbewoners straatfeesten. Voor de jongere kinderen was er hardlopen en zaklopen, de iets oudere kinderen konden pijltjes werpen waarbij foto’s van Hitler en Mussert als schijf dienden. De meeste punten kon je verdienen als je in één beurt, met vijf pijltjes, beide ogen raakte. Het meest komisch waren de kussengevechten van twee jongvolwassenen. Twee stevige jongemannen, ieder vergezeld door twee secondanten, om ze bij het vallen op te vangen, klommen op een liggende paal, gewapend met een kussen. Zij schoven naar elkaar toe en probeerden de ander van de paal te slaan. Dat was lachen als dat lukte. Kinderachtig? Ja, dit doen we allemaal niet meer in 2021, maar toen waren we totaal niets gewend.

Het mooiste begon rond vier uur. Dan kwam er een band, ik weet de naam nog: ‘GODZILLA’. Op een bakfiets met daarop, drie kastdeuren, een oud vloerkleed, een drumstel en drie koffertjes met muziekinstrumenten. De drummer stuurde de bakfiets naar het pleintje terwijl de bandleden de buurt in gingen om zes Amsterdamse vuilnisbakken te verzamelen. Vervolgens gingen de kastdeuren op de vuilnisbakken, het vloerkleed er op en het podium was klaar. Het drumstel werd erop getild, de vier bandleden klauterden op het podium, pakten hun trompet, klarinet en saxofoon uit hun koffertjes en begonnen te spelen, echt spelen zonder stopcontact! Als je kon aantonen dat je geld bezat wat je eerlijk had verdiend, werd dat later ook nog omgeruild voor nieuw geld.

De band begon steevast met “In the Mood” van Glenn Miller. Net als alle zeventienjariGlenn Millergen had ik nooit dansen geleerd maar in de ruimte schuifelen ging. We zochten zeventienjarige meisjes, mochten ze kussen zonder een draai om de oren te krijgen. Integendeel, de meisjes vonden het heerlijk gekust te worden. Het meren deel was inderdaad “Sweet seventeen and never been kissed”. Wanneer de schemering inviel speelde de band tot slot de songs van Vera Lynn, “From the time we say goodbye”en “Till we meet again” en dan was het afgelopen.

De bandleden pakten hun instrumenten in, vouwden het vloerkleed op, de kastdeuren werden met vloerkleed op de bakfiets gelegd. De buurtbewoners zochten hun eigen vuilnisbak, de bakfiets vertrok en de nog resterende aanwezigen gingen naar huis. De feestavond was afgelopen.

Bij het neerschrijven van het verhaal zie ik na 75 jaar nog haarscherp alle beelden weer voor mijn geest.

De straatfeesten waren niet het enige amusement van de zeventienjarige pubers na de oorlog. De zondagse fietstochtjes waren een welkome ontspanning. Met een clubje van drie meisjes en drie jongens huurden we allemaal een goede fiets voor 25 cent voor de tijd van 12.00 tot 18.00 uur. We fietsten langs de Amstel tot aan de uitspanning het ‘Kalfje’. Daar dronken wij een kogelflesje. Dit was een wonderlijk fenomeen: een flesje waarin een koolzuurhoudend drankje zat, afgesloten met een knikker. Deze knikker moest je naar beneden drukken en dan kon je de inhoud opdrinken.

Op een zondag in september 1945 wilden we een dagtocht naar Utrecht maken. We huurden voor 35 cent voor een hele dag fietsen. Iemand had een groot tafelkleed meegenomen en een route uitgestippeld langs de Vecht, Abcoude, Loenen, Breukelen en Maarssen. Het was, en is nog steeds, een prachtige tocht. Op een mooi plekje langs het water stopten we en legden een kleed op het gras en keken wat onze ouders van hun armoe in de zakjes hadden gedaan. Na het eten gingen wij richting Loenen, maar omdat de wind tegen zat keerden wij naar huis terug.

In die tijd was elke Nederlander even arm, niemand bezat meer dan 10 gulden. Minister Piet Lieftinck had de geldzuivering ingevoerd waarbij al het geld waardeloos werd. Mensen die in de oorlog met zwarte handel hun vermogen hadden verdiend, konden dat niet omwisselen en gooiden pakken oude bankbiljetten zo maar in de sloot.

“Wij zullen herbouwen, steen voor steen” is wel de meest misbruikte zin van de naoorlogse generatie: “Wij hebben Nederland opgebouwd”. Wat een flauwekul!  De naoorlogse generatie heeft normaal zijn werk gedaan, is daarvoor betaald en heeft belasting afgedragen. Vanaf 1950 verkocht ik Castella toiletzeep en zeeppoeder. Buurjongen Dik was machinebankwerker en ging iedere morgen met zijn broodtrommeltje naar de NDSM; vriend Bram was leerling- politieverslaggever en schreef over inbraken; oud-klasgenoot Fred vertelde Nederland alles over de Philips lampen. Ik zou nog een A4tje kunnen vullen met voorbeelden, maar nu te zeggen dat al deze mensen ons land hebben opgebouwd gaat mij toch wel erg ver. De enige die aanspraak op deze omschrijving zou mogen maken is Ir. F.Q. den Hollander, directeur van de Nederlandse Spoorwegen. Deze man vertelde iedere zondag op onnavolgbare wijze voor de radio de voortgang van het herstel van het vernielde spoorwegnet. 20 km tussen Amsterdam en Utrecht; 15 km tussen Alkmaar en Den Helder de route naar Vlissingen vanaf Bergen op Zoom is gereed, kortom alle routes passeerden in zijn boeiend betoog. Heel Nederland zat aan de radio gekluisterd.

Tot slot een opmerking: op het moment dat heel Nederland het lied ‘over De Betuwe’ zong, had ruim 60% geen flauw idee waar dat gebied lag. Natuurlijk onvoorstelbaar voor de bewoners van Culemborg.

Maar weten deze mensen wel waar Hunsingo ligt? Ik help een beetje, het ligt tussen Fivelingo en Het Westerkwartier. Dit ligt in Noord-Groningen. Ik weet het want ik heb er ooit gewoond.  



 klik op pagina


     Uitverkocht.