TOEGEPASTE PSYCHOLOGIE
oorspronkelijke tekst van P.J.J. Mounier (1888-?)
oorspronkelijke uitgave SUCCES INSTITUUT (1948)
bewerkt in 2006
door Richte Lommert
LES 30
|
RUST NIET VOORDAT EEN TAAK IS AFGEDAAN
De loopbaan van
een mens is als een grote afstandsmars. In uw jonge jaren loopt u aan de
hand van uw vader maar na een bepaalde tijd komt het moment, dat u zelf
uw weg moet vinden.
Wat houdt u het
meest van alles tegen om successen te veroveren? Wat is uw grootste rem?
Het antwoord op deze vraag is erg eenvoudig: uw grootste rem is het half
werk doen, het niet afmaken van voorgenomen doelstellingen. Dit is
dikwijls vernietigend voor het zelfvertrouwen en dit is dan weer de
basis voor de volgende mislukking. Zoals u al in de
vorige les heeft geleerd, moet u van uw successen een ketting rijgen.
Hoe meer (kleine) successen hoe langer de ketting. Hieruit vloeit
automatisch een groter zelfvertrouwen voort. Daarom is het
ook zo verkeerd om allerlei dingen tegen uw zin te doen. Als u werkelijk
de overtuiging hebt, dat u iets niet kunt klaarspelen, begin er dan niet
aan. Ook al wilt u slagen, zal de onbewuste angst voor het falen
overwinnen.
Hoe kunt u nu
bereiken, dat u, ook als u faalt in uw poging iets te realiseren, toch
de moed niet verliest? Vertel u zelf telkens weer, dat u weliswaar niet
bent geslaagd, maar toch een aantal kleine successen behaalde en
beschouw de grote mislukking als slechts een kleine en probeer deze uit
uw brein te verwijderen. Gun uzelf geen tijd om over de mislukking te
gaan piekeren; dit is nakaarten en geeft voedsel aan negatieve
gedachten. Probeer van de mislukking iets te leren en dat dan als
positief te zien. Wat geldt voor
geestelijke mislukkingen, geldt ook voor lichamelijke mislukkingen. Een
kind dat valt bij het leren schaatsen moet worden aangemoedigd om door
te gaan en de mislukking niet tot zich te laten doordringen. Zie in de toekomst elke mislukking, zelfs al is die nog zo groot, als een kleinigheid. Leg die punten die wel goed gingen in het plan onder een vergrootglas en spreek over de punten, die niet wens verliepen als “mislukkinkjes”.
Nu zijn er
altijd mensen, die altijd en overal de schaduwzijde zien. Dit is de
pessimist, die altijd precies krijgt wat hij verwacht. Hij ziet de
toekomst altijd donkerder dan deze is. Deze negatieve gedachten maken
indruk op zijn onderbewustzijn en dit zal zijn uitstraling beïnvloeden. Iedere prikkeling, hoe onaangenaam en dwaas die ook is, kan een gewoonte worden. Waarschijnlijk vindt u het hoogst onaangenaam om ’s morgens vroeg een (ijs)koude douche te nemen, maar als u dit als een gewoonte maakt, dan zult u de aanvankelijk onaangename prikkeling aangenaam gaan vinden. Er is geen mens
op de wereld die de eerste sigaret die hij rookte als prettig heeft
ervaren. Maar door de vele volgende kan het zelfs tot een verslaving
komen, waarvan hij moeilijk af kunt komen.
Wat hier van de
negatieve wens tot falen is gezegd, kunt u echter ook omkeren. Dan
krijgt u precies de tegenovergestelde resultaten. U zult merken, dat u
in alles slaagt, wat u onderneemt, dat u geluk hebt en dat het u
meeloopt enz. enz. Maar voor u is het slechts van belang te weten, dat u altijd krijgt wat u verwacht. Denk maar weer eens aan het verhaal van de hondjes uit de eerste les. Dan heeft u ook de verklaring, dat de optimisten altijd mensen zijn bij wie het geluk in de schoot valt, terwijl de pessimisten degenen zijn die alsmaar klappen moeten opvangen. U zult dus een keuze moeten maken of u zich bij de optimisten, of bij de pessimisten wilt aansluiten. Een pessimist is
iemand, die het allemaal veel moeilijker ziet dan de werkelijkheid is.
Bij de tandarts is hij bij voorbaat al bang en bij een sollicitatie
denkt hij bij het schrijven van de brief al, dat hij de baan toch niet
zal krijgen. Hij schrijft vaak op aandrang van zijn omgeving en bij de
afwijzing zegt hij triomfantelijk: “Zie je wel dat het onzin was om te
solliciteren. Het is net zoals ik al verwacht had, ze hebben een andere
verkozen”. Als pessimisme
consequent wordt doorgevoerd eindigt het in melancholie en
zelfmedelijden en in sommige gevallen zelfs tot zelfmoord. Hieruit kunt
u afleiden, dat er maar zeer weinig mensen onverbeterlijke pessimisten
zijn; de wereld zou de helft minder mensen tellen .... Nu gaat de pessimist, die zichzelf heeft heropgevoed tot optimist, solliciteren. Hij voelt zich een ander mens, houdt zijn schouders naar achteren, zijn ogen flikkeren en hij straalt rust en gezag uit en hij heeft de stellige verwachting dat hij die baan zal krijgen. En zoals hij verwacht, zal hij de baan ook veroveren.
Ook een optimist
moet wel eens solliciteren. Niet vanuit een werkloze situatie, maar hij
streeft naar een betere baan, omdat hij in zijn optimisme gelooft, dat
hij daarvoor geschikt is. Hij verdiept zich in het bedrijf en ziet
zichzelf daar al werken. Hij kruipt in de huid van de werkgever en
bereidt zich voor op het sollicitatie gesprek. In de eenzaamheid van
zijn kamer oefent hij op de mogelijkheden van het gesprek. Hij wil
vertellen, wat hij kan doen voor het bedrijf en welke voordelen hij de
onderneming kan bieden. Hij noteert in zijn gedachten al zijn sterke
punten en zal deze met geestdrift brengen. In zijn voorbereiding heeft
hij het gehele strijdplan gereed gemaakt.
De man uit
bovenstaand voorbeeld had zijn plan volledig uitgewerkt. Maar in het
leven blijkt, dat de meeste plannen maar half worden voorbereid en dan
ontstaan onvoorziene situaties en moeilijkheden. “Daar had ik niet op
gerekend” is dan het excuus. Dan moeten er nieuwe plannen gemaakt of
wijzigingen worden aangebracht, hetgeen verspilde energie is. Dubbel
werk dus!
In de eerste plaats is het verstandig, uw onderbewustzijn te laden met de gedachte: “wat ik begin maak ik AF!” Herhaal deze zin op de inmiddels bekende psychologische momenten en doe dat vooral voor het inslapen: “wat ik begin maak ik AF”. De moeilijkste opgave hierbij is wel het voornemen om met roken te stoppen. Het is daarom raadzaam om met eenvoudige opdrachtjes te beginnen en naarmate deze gemakkelijker worden uitgevoerd, dan grote, moeilijke projecten aan te pakken. Kijk naar de torenhoge duikplank in het zwembad, daar begint u ook niet mee: u start op de kant, dan de meterplank en vervolgens de driemeter plank en tot slot de hoogste. Maak van alles
wat u wilt ondernemen een plan. Ontwikkel ze aan uw schrijftafel. Bekijk
deze van alle kanten en als u aan de uitvoering begint, zorg dan dat u
het plan in zijn geheel uitvoert en niet halverwege ergens ophoudt.
Er zijn veel
mensen, die telkens weer wikken en wegen om tot een besluit te komen. In
plaats van tot de kern te komen, praten zij er omheen. Deze mensen
verkwisten veel van de tijd, die zij veel beter aan andere dingen zouden
kunnen besteden. Vrouwen dubben over een bloesje, mannen over een
stropdas .... Het is helemaal
geen kunst om plannen te maken of om ideeën te hebben, maar het is wel
een grote kunst ze te verwezenlijken. Begin met een dagplan te maken en
werk dat af. Als u het ritme daarvan te pakken hebt, kunt u het
plan verfijnen tot een plan van uur tot uur.
Wanneer u er in geslaagd bent om dagplannen te maken en uit te voeren, ga dan over tot weekplannen; daarna een tweeweeks plan en dan een maandplan. Van dat maandplan komt u vanzelf op een jaarplan en daarna een vijf- of zelfs een tienjaren-plan. Nu zijn er mensen die zeggen dat plannen voor vijf of tien jaar wel erg ver in de toekomst zijn. Maar in het bedrijfsleven is het zelfs een noodzaak. Kijk naar een levensverzekeringmaatschappij, die maakt plannen nog verder in de toekomst.
Veel plannen
sneuvelen omdat zij worden uitgesteld. Wanneer u bij uzelf te biecht
gaat, zult u ontdekken dat tientallen plannen en ideeën nimmer zijn
uitgevoerd, omdat zij zijn uitgesteld tot morgen. |
|
|
|
|
Voor
zeer gunstige |