>> naar de volgende les >>

TOEGEPASTE PSYCHOLOGIE
oorspronkelijke tekst van P.J.J. Mounier (1888-?)
oorspronkelijke uitgave SUCCES INSTITUUT (1948)
bewerkt in 2006 door Richte Lommert

LES   35


  

KAN HET EENVOUDIGER?


In de vorige les hebben is de loopbaan van Marcus Samuel besproken. U heeft gezien dat Samuel zijn gedachtenflitsen benutte en steeds zijn onderbewustzijn voedde met het zinnetje: “dat kan ik ook” en “dat kan ik beter”.
Deze zinnetjes moet u ook in uw brein planten, maar enige realiteitszin is natuurlijk wel geboden. Wanneer u met moeite een spiegelei kunt bakken, is het natuurlijk dwaasheid om bij de prestaties van een sterrenkok te zeggen “dat kan ik ook”. Evenzeer wanneer u met pijn en moeite het volkslied niet vals kunt zingen, gaat de opmerking “dat kan ik beter” helemaal niet op bij de tenor die Rigoletto zingt.
Waar het om gaat is, dat u realistische gedachtenflitsen oppakt en omzet in daden. Want bij alle successen is er een simpele volgorde van oorzaak en gevolg.
Wat de groten der aarde hebben gedaan, had u ook kunnen doen, indien u op de juiste momenten de gedachtenflitsen had opgevolgd.
Schelpen waren er altijd en doosjes ook, maar om ze samen te voegen was een flits. Petroleum in blikken was er al jaren, petroleum vervoeren in tankschepen was ook een flits, die uiteindelijk leidde tot de grote Royal Dutch Shell.
De bankiers in Londen zagen de flits in Marcus Samuel niet, Rothshild in Parijs wel, hetgeen deze bankiers geen windeieren heeft gelegd.


NOG TWEE VOORBEELDEN

Twee anderen uit die periode hadden ook gedachtenflitsen: een Canadees en een  Nederlander.

In Canada woonde een man genaamd William K. d’Arcy, die zich voor de historie van godsdiensten interesseerde. Zo las hij, dat de eerste bewoners van Perzië vuuraanbidders waren en eeuwen geleden in hun tempels vuren met witte vlammen hadden branden. Dit was dus al eeuwen bekend, maar niemand dacht daar over na. Iedereen had het blijkbaar te druk met denken over andere dingen.
Maar d’Arcy las er niet overheen en hij dacht na over het vreemde feit, dat in die oudheid eeuwige vuren branden met witte vlammen. En in een flits schoot de gedachte door zijn brein, hoe het mogelijk was, dat deze priesters witte vlammen kregen in plaats van de bekend rode vlammen.
D’Arcy begreep dat de witte vlammen van het eeuwige vuur alleen maar van olie kon komen. En als die hogepriesters eeuwen geleden al olie hadden gevonden, dan zou die er nu ook nog wel zijn. Hij wist, dat in Pennsylvania Amerikanen schatrijk waren geworden van de daar gevonden olie.
D’Arcy dacht aan niets anders dan aan de olie, die in het verre Perzië aanwezig moest zijn. Hoe langer hij er over nadacht, des te enthousiaster hij werd. Van zijn laatste spaargelden maakt hij een reis naar Perzië, doorkruist het land van noord naar zuid en van oost naar west, maar vindt geen spoor van olie. Ieder ander zou de moed hebben opgegeven, maar d’Arcy denkt niet aan ophouden. Dit lukt hem alleen door zijn enthousiasme en door het feit, dat hij aan niets anders denkt dan aan de olie die in de bodem van Perzië moet zitten.
Deze enige gedachte in zijn brein is zo onweerstaanbaar, dat hij er telkens weer in slaagt, nieuwe fondsen voor zijn zoektocht te vinden.

Hij ontmoet de sjah van Perzië, die hij enthousiast over de mogelijkheden van de olie in de Perzische bodem beeldend vertelt. Deze heerser over het uitgestrekte rijk wordt aangestoken door zijn geestdrift en spoort hem aan te blijven zoeken. Als aanmoediging geeft hij hem een papier, waarop de waardevolste concessie ter wereld wordt gegeven.
William K. d’Arcy ontving in 1901 het alleenrecht voor hem en zijn erfgenamen om gedurende zes en zestig jaar naar olie te zoeken en dat de vondsten zijn onvervreemdbaar eigendom zouden zijn.

Begrijp goed, er was in al die jaren nog niets gevonden en de concessie had op dat moment dan ook geen enkele waarde. Maar het simpele vodje papier werd plotseling miljoenen waard, toen er in de nabijheid van de Perzische Golf inderdaad olie werd gevonden en later op diverse andere plekken ook. Men biedt d’Arcy 72 miljoen voor zijn concessie, maar hij weigert.
Hij wordt echter ingepalmd door een ogenschijnlijk vrome priester, ene mijnheer Rosenblum, die erin slaagt hem de concessie afhandig te maken. De vrome priester zou het geld van de opbrengst besteden aan het welzijn van de Rooms-katholieke kerk.
Rosenblum bleek echter een agent van de Engelse geheime dienst, die dubbelspel poogt te spelen. Hij biedt de concessie aan de Standard Oil aan, die er echter niet op ingaat.

Deze gehele geschiedenis is pas veel later wereldkundig geworden, toen onderzoek- journalisten van het Hearst krantenconcern de correspondentie van de Standard Oil met Rosenblum hadden gestolen.


WAT KUNT U VAN DIT ALLES LEREN?

D’Arcy was bezeten van de gedachte om olie te vinden. Dit idee had zich zo in zijn brein vastgezet, dat hij aan niets anders kon denken. Maar toen hij eenmaal zijn doel bereikt had, was de aardigheid er voor hem af. Hij spande zich niet meer in voor de Perzische olie en bijgevolg bleef er van het grote succes, dat hij zo moeizaam had veroverd, niets meer over.
Hij werd daarom ook een gemakkelijke prooi voor Rosenblum, een man, die overborrelde van hebzucht, zoveel zelfs, dat hij verraad en diefstal niet schuwde.

Het is noodzakelijk om, als u een succes hebt behaald, uw enthousiasme niet te laten doven, doch veeleer nog te vergroten, opdat tegenstanders u niet kunnen dwarsbomen.


EEN ANDER VOORBEELD

De Nederlander Hendrik Deterding werd in 1865 geboren in Amsterdam als zoon van een zeekapitein bij de grote vaart. Op zijn twaalfde jaar verloor hij zijn vader, waardoor hij al jong op eigen benen moest staan. Zijn beide broers konden nog naar de universiteit, maar Hendrik moest zijn eigen weg zien te vinden.
Hij plantte daarbij één zinnetje in zijn geest: “kan het eenvoudiger?”
Hij startte zijn carričre bij de Twentsche Bank en later gaat hij naar de Nederlandse Handel Maatschappij, die hem op zijn 23ste jaar naar Medan op Sumatra uitzendt. Daar wordt zijn chef ziek en de jonge Deterding neemt zijn taken op een positieve en opvallende wijze over, indachtig zijn credo “kan het eenvoudiger”?
De heer August Kessler, een directeur van de toen nog kleine Nederlandse Petroleum Maatschappij zoekt een assistent en de NHM beveelt Deterding aan.

Deterding had zichzelf al ingeprent, dat hij voor succes was geboren. Hij toonde een tomeloze energie en bleek een dynamo van werkkracht te zijn. Daarbij vroeg hij zich steeds af: “kan het eenvoudiger?” en als dat kon werd het ook eenvoudiger uitgevoerd.

De jeugdige Henri, zoals hij zich was gaan noemen, was vol ideeën en ook vol moed. Hij keek niet op tegen mensen, die grotere successen hadden dan hij zelf al had behaald, maar was ervan overtuigd, dat hij dat ook kon. Hij was altijd bezig, maar zorgde er voor, dat hij tijd overhield voor nieuwe plannen en zich voor scheppende gedachten open te stellen.
Hij had zowel bij de Twentsche Bank als bij de Nederlandse Handel Maatschappij, waar hij werkte, ontdekt dat het niet de knapste koppen waren die op hoge posities zaten, maar de mensen die de meeste persoonlijkheid hadden en dit wisten te verkopen.

Vraag u dus zelf af, hoe uw persoonlijkheid het best gekweekt kan worden en hoe deze kan worden vergroot. U heeft al geleerd dat enthousiasme daarvoor de motor is.
Bedenk ook, dat de aloude wijsheid : “u vangt meer vliegen met honing dan met azijn” eeuwenoud is en nog steeds van kracht is. Dit betekent niet, dat u zich te buiten moet gaan aan slaafse vleierei of stroopsmeerderij. Maar zoek steeds de positieve eigenschappen van de mensen waarmee u omgaat. Geef vaker een compliment en kweek enthousiasme voor uw ideeën, enthousiasme voor uw plannen en enthousiasme voor de mensen waarmee u werkt, zowel boven als onder u.
Let op de ogen van uw omgeving en terstond zal u het verschil opvallen: de stralende ogen bij de succesvollen en de doffe ogen bij de mislukkelingen. En ook hier gaat de wet van oorzaak en gevolg weer op.


ENTHOUSIASME KWEKEN

Enthousiasme is altijd oprecht. U kunt het niet kweken voor dingen waarvoor u niets voelt. De eerste vereiste is dus: goede en positieve gevoelens kweken voor mensen of dingen, waarvoor u enthousiast wenst te zijn. Stop met het negatief kijken naar de mensen waarmee u moet werken, want er zijn altijd wel goede punten. Leg deze positieve punten onder een vergrootglas en ga verstandelijk na, in hoeverre u deze kunt gebruiken. Een sterke man kan zwaar werk verrichten en een zwakke kan beter de pen hanteren. En wat voor spierarbeid opgaat, geldt ook voor de arbeid van de geest.
Zoek voor uzelf uit, welke arbeid u het beste ligt, want daarvoor kunt het beste enthousiasme opwekken. Maar ook voor arbeid dat u zogenaamd niet ligt, kunt u enthousiasme kweken door uw onderbewustzijn ervoor warm te maken.
Dit is vooral van groot belang omdat uw geest in een staat van enthousiasme het gevoeligst op inspiratie is afgestemd. En de man met een enkele gedachte is altijd onweerstaanbaar omdat de enkele gedachte altijd tot enthousiasme leidt.

Kijk als voorbeeld naar Deterding. Hij was enthousiast voor het product olie, waarvan hij zei, dat dit het enige artikel ter wereld was, waarvoor je altijd een prijs kon krijgen en waarvoor altijd afnemers te vinden zouden zijn. Natuurlijk was het woord “enige” niet juist, want hetzelfde zou van bijv. goud en andere hooggewaardeerde producten ook gezegd kunnen worden. Maar voor Deterding was olie goud.
Olie kan gemakkelijk bewaard worden en is niet aan bederf onderhevig. Olie wordt in grote hoeveelheden in de natuur gevonden en het zoeken ernaar was een avontuurlijke onderneming, waardoor het voor lieden met een jagersnatuur een grote aantrekkingskracht uitoefende.

Kessler had Deterding uitverkoren omdat zijn persoonlijkheid aantrekkelijk was en zijn enthousiasme aanstekelijk werkte. Dat enthousiasme en die persoonlijkheid deden hem ontdekken van hoeveel waarde de vraag was “kan het eenvoudiger?”
Op zich was dit een simpele vraag, die misschien daarom zo zelden wordt gesteld. Omdat zij zelden wordt gesteld voelde Deterding dat hij in zijn prestaties ver boven anderen uitstak, wat hem weer hielp om zijn eigen enthousiasme te vergroten.


ZOEK SAMENWERKING

Deterding had bij zijn vorige werkgevers ontdekt hoe belangrijk zijn medewerkers waren. Hij had ook ontdekt hoeveel tijd werd verkwist door strijd en hij trachtte dit steeds te vermijden.
Veel mensen zijn erg individualistisch ingesteld. Zij zijn liever een kleine eigen baas, dan een grote knecht. Daardoor zijn Nederlanders in zijn algemeenheid goede zakenmensen en dikwijls slechte leiders, heel vaak door een gebrek aan inspirerend enthousiasme.

Deterding was hierop een uitzondering. Met zijn aanstekelijk enthousiasme stak hij anderen aan en daarom wilde iedereen graag voor hem en onder hem werken.
Daardoor wist hij tal van kleine oliemaatschappijtjes en ondernemingen en zelfs concurrenten samen te brengen. Met trots schreef hij dan ook in het jaarverslag: “wij van de Koninklijke Petroleum Maatschappij waren waarschijnlijk het eerste olieconcern ter wereld, dat waar en wanneer mogelijk, het systeem van samenwerking met kleine concurrenten tot een zaken-politiek verhief”. Later op dertigjarige leeftijd, toen hij de leiding van de Koninklijke Petroleum Maatschappij op zich had genomen, stelde hij dat deze vorm van samenwerking de grootste factor in het succes van de onderneming is geweest.
Door zijn tomeloze energie en aanstekelijk enthousiasme kwamen natuurlijk ook overmoedige plannen uit zijn geest. Maar Deterding had voldoende gezond verstand om deze wilde plannen weer af te keuren.

Deterding bezat met de KPM een kapitaal van 5 miljoen gulden. Dat hij de strijd aanging met de Standard Oil, die een kapitaal van 900 miljoen bezat, leek voor ieder ander een onverstandige daad, maar Deterding geloofde in zijn eigen onderneming, in zijn eigen kennis en kunde en in die van zijn medewerkers, die hij ook telkens weer enthousiast maakte. August Kessler, zijn patroon, was er aanvankelijk op tegen, maar tegen het enthousiasme van Deterding was hij niet opgewassen.
Deterding had slechts één enkele gedachte in zijn brein geplant, en een enkele gedachte is voor de omgeving altijd onweerstaanbaar.

Zo ontstond het gevecht tussen Deterding en de grote Rockefeller van de ESSO. Hoewel Rockefeller Deterding gemakkelijk had kunnen verpletteren, onderschatte hij hem schromelijk. Rockefeller geloofde niet, dat iemand zoveel durf zou hebben en zo dapper zou zijn, tegen zijn concern van 900 miljoen, in die dagen de grootste ter wereld, ten strijde zou durven trekken. Deze onderschatting gaf Deterding de gelegenheid zich nog meer te versterken met andere kleine oliemaatschappijen en tezamen een front te vormen tegen Rockefeller, dat deze niet gemakkelijk meer zou kunnen breken.

Deterding verkocht niet alleen de olie, maar zocht deze ook, omdat hij begreep, dat een verticale opbouw in deze bedrijfstak noodzakelijk was. Hij had ook de visie om met Marcus Samuel samen te gaan werken voor het transport, waardoor de Royal Dutch Shell ontstond.


EEN GROOT SUCCES IS OPGEBOUWD UIT VELE KLEINE SUCCESJES

Laat u inspireren door de in de adelstand verheven Sir Henry Deterding, een zoon uit een gewoon gezin, die door zijn enthousiasme, intuďtie en werklust één der grootste concerns ter wereld stichtte.

En bedenk steeds: ook u
BENT VOOR SUCCES GEBOREN!

 

>> naar de volgende les >>

 


11e, geactualiseerde druk

11e geactualiseerde druk ~ ALLES OVER VERKOPEN ~ 11e geactualiseerde druk ~ ALLES OVER VERKOPEN

 

 

 

deze website is gemaakt door :

Voor zeer gunstige
WEBDESIGN-tarieven belt u met :
( of klikt u eerst op de logo-afbeelding )