Verhalen

NOSTALGIE                                                        DOOR RICHTE LOMMERT

Een afwijkend begin dit keer. Het is een deel van een reactie van een lezer op mijn stukje “Veranderingen” in De Kijker van september 2021.

“Richte, dat was weer een heerlijk nostalgisch en herkenbaar verhaaltje. Het bracht mij terug naar mijn kinderjaren toen de eierboer zijn eieren probeerde te verkopen met behulp van een hondenkar. Ik vond het zo zielig, de hond onder de kar. Ineens was de hondenkar vervangen door een handkar en toen miste ik de hond. Ook was er de melkboer met zijn driewieler met de twee grote melkbussen, een voor gewone melk, de ander voor karnemelk. De huisvrouwen uit de buurt kwamen met melkkokers en de melkboer vulde deze uit een kraantje onder aan de grote bus. Daarvoor gebruikte hij een maatbeker met een handvat.

Ook herinner ik mij de kwitantieloper, die wekelijks het geld voor huur en ziekenfonds kwam ophalen. Als kind keek ik naar de gevulde geldbuidel op zijn buik en dacht: als ik nu eens zoveel geld had…

De trams hadden geen portieren, je stapte op het platform voor of achter en kon dan naar binnen”.

Deze reactie bracht ook mijn herinnering terug naar de jaren veertig en vijftig. De vrijwel autoloze (Amsterdamse) straten waren het domein van de voetballende jongens en de touwtje springende meisjes. Samen pinkelden we op de putdeksel. De tennisballen voor het voetballen zochten we bij de tennisbaan.

En dan waren er ook de “boeren”. De groenteboer, met paard en wagen met daarop kisten met aardappelen, groente en fruit en de melkboer met zijn VAMI-kar die hun producten verkochten. Dan kwam ook eens per week de schillenboer langs met paard en wagen die de aardappelschillen, door de huisvrouwen in mandjes aan de stoeprand gezet, ophaalde. Vrijdags kwam de visboer met zijn driewieler waarop drie grote tonnen met daarin blokken ijs en dode vis. In de ene lag schelvis, in de andere lag schol en in de derde voor mij onduidelijke vis. De klanten stonden in rijen voor de kar. In de herfst kwam de kolenboer, die met zijn grote vrachtwagen kolen in zakken van een mud (70 kilo) kwam brengen. Op zijn rug en dan soms drie etages op. De petroleumboer mag in het rijtje niet ontbreken. Op zijn bakfiets lag een grote ton met kraantje. Op zijn geroep kwamen de huisvrouwen met hun lege vierkante blik met tuit naar de bakfiets die de olieboer dan voor een vaste prijs vulde. Dan kon het drie pits petroleumtoestel weer worden gevuld.


En dan was er op onregelmatige dagen nog Sally de voddenboer. Deze kwam op zijn oude bakfiets de straat in, luidde een koperen koeienbel en riep dan door de lege straat: “Vodde, Vodde, wie heeft er nog vodde? Wie heeft er nog vodde?”.

Hij nam ook overtallig klein meubilair mee. Als hij spullen genoeg had reed hij naar het Waterlooplein om zijn handel te verkopen. Sally was een aardige man, die elk kind dat hem iets bracht, een snoepje gaf. Toen ik eens een stapeltje te klein geworden kleren bij hem bracht, kreeg ik zelfs twee snoepjes, dat ben ik nooit vergeten. In 1941 zagen we Sally niet meer. We hadden nog geen benul waarom niet. Die waarheid werd pas later duidelijk.

Ook bij ons kwam de kwitantieloper aan de deur om elke week een dubbeltje voor het “dooien fonds” op te halen. Mijn ouders hadden, bij mijn geboorte, een overlijdensverzekering voor driehonderd gulden afgesloten bij de Algemeene Friesche Levensverzekeringsmaatschappij, gevestigd te Leeuwarden. Als ik dood zou gaan dan moest ik toch “netjes onder de grond”. De vergeelde oude polis zit nu nog in mijn map VERZEKERINGEN. Mijn erfgenamen kunnen er misschien de koffie en cake van betalen. Dan was er in mijn jeugd het fenomeen van de bellenpoetser. Een man met een busje Brasso en een paar oude lappen, poetste voor twee cent de koperen bel en de koperen brievenbusklep.

Mijn mailschrijver proefde in mijn verhalen enige weemoed naar vroeger. Neen dat heb ik niet, maar ik moet wel eerlijk zeggen dat ik soms wel met de ogen van een man op leeftijd naar de huidige samenleving kijk. Ik kijk naar de positieve technische (digitale) ontwikkelingen die mij in staat stellen, om als slechtziende, verhalen op mijn computer te schrijven. In plaats van de huidige polarisatie was er vroeger veel meer gemeenschapszin. Buren kijken nu niet of nauwelijks naar elkaar om. Van een bericht dat iemand weken, soms maanden, dood in huis ligt kijken we niet meer op. Om misverstand te voorkomen: ikzelf heb fantastische buren en nog veel fijne vrienden/vriendinnen en een heel lieve vrouwdin.

Tot slot noem ik nog een aantal niet meer verkrijgbare producten. Kent u ze nog?

Een leest, Castella kopjes, dolly peg (= wasknijper zonder veer, zie foto hiernaast), perronkaartje, stoomtrein, priktol, stelten, paddenstoeltol met zweep, hoepel, kroontjespen, schoolbank met inktpot, leesplankje met aap, noot, mies enz., stoof met vuurpotje, leitje met griffel, sponzendoos. Plé in schuurtje.



 klik op pagina


     Uitverkocht.